Mensen komen bij ons om impact met hun verhaal te maken. In de slipstream van dit proces komt vaak angst om de hoek kijken. Angst om voor een groep te staan, maar ook om het achterste van je tong te laten zien. Na jaren met het thema ‘angst’ te hebben gewerkt – iets wat monsterlijke vormen kan aannemen – wil ik daar wel iets over zeggen: namelijk wat angst je te vertellen heeft.

DOOR JONI BAIS

How does the bastard look like?

Allereerst: hoe uit die angst zich? In de dagen en weken voor een event zie ik angst vaak vooral in mentale vorm. Filmpjes in het hoofd waarin alles misloopt, verkrampende gedachten die niet productief zijn, een mind die op hol slaat en excuses bedenkt om eronderuit te komen. Ik heb vaak meegemaakt dat mensen zichzelf lichamelijk ziek maakten met hun gedachten.

Eenmaal op het podium is de angst vooral fysiek zichtbaar: spanning in het lijf, een droge mond en klamme handen. Ik ken veel gevallen waarin mensen zich door de angst zo vervreemd voelden – het gevoel dat ze uit hun lijf gingen – dat ze zich de speech achteraf niet eens meer konden herinneren. Gek genoeg waren dit vaak prima speeches. Als ‘jij’ er even niet meer bent, kun je blijkbaar nog steeds vertrouwen op dat fijne lijf.

Waarom dan wel op het podium?

Dit klinkt allemaal best dramatisch. Waarom zou je in vredesnaam op dat podium klimmen en jezelf dit aandoen? Ik had zelf een grote angst voor spreken in het openbaar. Toch koos ik er elke keer voor om het wél te doen. Waarom? Omdat het voelde – en voelt – alsof de boodschap groter is dan ikzelf. Angst als raadgever klopte voor mijn gevoel niet.

Keer op keer zie ik nu bij coaches en deelnemers hoeveel vreugde het geeft om die angsten aan te gaan. En hoe relatief gemakkelijk mensen ervan afkomen, als ze het echt willen. Drie inzichten zijn mij de afgelopen jaren helder geworden.

De eerste is misschien wel de belangrijkste: waar angst is, is een groot verlangen. Als iets niet belangrijk voor je was, zou je geen angst voelen. Hoe groter de angst, hoe dichter je eigenlijk bij je verlangen zit. En hoe goed nieuws is dat? De mensen die ik ben tegengekomen met de grootste angsten, bleken in sommige gevallen uitstekende sprekers te worden. Juist omdat hun verlangen om te delen zo groot is, en hun drive om te leren ook.

Ten tweede: beginnende sprekers verlammen onder angst, ervaren sprekers transformeren haar. Of je nu twee of dertig jaar in het vak zit, een zekere mate van spanning blijft. Ik sprak eens een zeer ervaren internationale spreker die vertelde dat hij zich zorgen maakt als er géén spanning is. Hij zag spanning en angst als energie: energie om zijn publiek te bereiken.

Die energie kan naar binnen slaan en je gek maken, maar je kunt haar ook richten en inzetten als kracht. Het is als een dolle stier: je kunt hem tegen je laten werken of vóór je. The choice is yours.

De derde: spanning houdt je scherp. Een gezonde spanning is helemaal zo gek nog niet. Het vertelt je dat je niet kunt verslappen. Dat je je inhoud up-to-date moet houden, aandacht moet hebben voor de vorm van je presentatie, en ook voor jezelf. Public speaking is niet alleen hard werken, maar ook goed voor jezelf zorgen: goed slapen, goed eten, een rustige geest, de juiste kleding – het hoort er allemaal bij.

Last but not least wil ik afsluiten met Zoë. Zoë is negen jaar en stond vorige week op het podium om te spreken voor vierhonderd mensen. De kinderen waren twee maanden getraind om dit te kunnen doen. Ze had een prachtig verhaal over ‘alles maar te moeten kunnen in het leven van een negenjarige’.

Ze was de eerste spreker van de dag, liep op, keek de burgemeester aan op de eerste rij en barstte van de spanning in huilen uit. Ze liep direct weer af. Ik stond backstage en ving haar op, waarna ze tegen me zei: “straks proberen we het gewoon weer.” De tweede spreker ging op, Zoë als derde, en zonder blikken of blozen deed ze haar verhaal.

Ik wens jullie de moed en dapperheid van Zoë toe om je angsten te transformeren en ze soms ook niet al te serieus te nemen.